Nog voordat de eerste COVID-19 patiënt in Nederland op 27 februari 2020 bekend werd, was er in ieder geval één ‘intelligentie’ die al wist dat er iets niet in de haak was: ERNIE, een speciaal AI-programma, ontwikkeld het UMCG. Onderzoekers doen al jaren onderzoek met het programma en constateren nu officieel: ERNIE kan een uitbraak van infectieziekten opsporen, nog voordat deze officieel is vastgesteld.
Het programma is ontwikkeld door onderzoekers van het UMCG en Certe. ERNIE analyseert waar patiënten het met hun huisarts over hebben. Als plotseling veel mensen dezelfde klachten melden, zoals hoesten, koorts of buikklachten, kan het systeem een mogelijke uitbraak vroegtijdig herkennen.
“ERNIE kan hierdoor virussen in de beginfase van de uitbraak detecteren, eerder dus dan de modellen van bijvoorbeeld het RIVM dat kunnen”, vertelt medisch epidemioloog-microbioloog Matthijs Berends, de ontwerper van ERNIE, op de website van het UMCG. “Dat is precies de reden dat we dit zijn gaan onderzoeken. Als je eerder een uitbraak kan vaststellen, is het ook mogelijk om eerder maatregelen te nemen om de gevolgen van een uitbraak te beperken.”
Corona herkend voor eerste besmetting
Berends en zijn onderzoekscollega’s zagen de kracht van het AI-programma duidelijk terug in 2020, toen het coronavirus in Europa aanlandde. Het programma zag al vóór de eerste officiële coronabesmetting dat bepaalde klachten vaker voorkwamen:
“ERNIE ontdekte later ook de ongebruikelijke RS-golf bij jonge kinderen in de zomer van 2021. En bij een grote oefening herkende het een fictieve uitbraak van het Westnijlvirus. En minstens zo belangrijk: als er geen uitbraken waren, gaf het geen valse alarmen.”
Ook andere ziektes vroegtijdig opsporen
Onderzoekers willen het systeem nu breder gebruiken in de zorg, met behulp van geanonimiseerde gegevens uit tientallen huisartsenpraktijken in Noord-Nederland. Volgens Berends kan ERNIE mogelijk ook helpen bij het vroeg herkennen van andere ziekten:
“ERNIE kan heel goed afwijkende patronen herkennen in de gesprekken. Dat kan ook mogelijk zijn bij bijvoorbeeld kanker of andere ziektebeelden. Dat is een stap die we nu verder gaan onderzoeken.”