De jaarwisseling in het Martini Ziekenhuis is relatief rustig verlopen. Op de Spoedeisende Hulp (SEH) was de drukte vergelijkbaar met andere drukke nachten. Wel zag het ziekenhuis een duidelijke verandering in het soort letsel, minder alcohol gerelateerde klachten, maar juist meer vuurwerkletsel. In het Brandwondencentrum werden opvallend veel jonge patiënten behandeld.
Het Martini Ziekenhuis beschikt over de grootste Spoedeisende Hulp van Noord-Nederland en is één van de drie brandwondencentra in Nederland. Rond de jaarwisseling wordt traditioneel een groot beroep gedaan op deze specialistische zorg.
Vanaf middernacht werden op de Spoedeisende Hulp in totaal 13 patiënten behandeld. Dat aantal is vergelijkbaar met andere drukke nachten en bleef goed beheersbaar. Vier van deze patiënten waren jonger dan 15 jaar.
Opvallend was dat er dit jaar geen patiënten werden gezien met alcoholvergiftiging, iets wat in voorgaande jaren regelmatig voorkwam. Daarentegen nam het aantal vuurwerk gerelateerde verwondingen toe. Het ging onder meer om handletsel door vuurwerk en verwondingen na explosies, bijvoorbeeld van nitraat dat in kleding werd meegenomen. Tijdens de nacht deden zich geen agressieve of bedreigende situaties voor richting medewerkers.
Het Brandwondencentrum behandelde in totaal 14 patiënten poliklinisch, een verdubbeling ten opzichte van vorig jaar. Daarnaast werden vijf patiënten opgenomen. Een patiënt werd vanwege de ernst van het letsel overgebracht naar het UMCG, waarbij het Martini Ziekenhuis als brandwondencentrum betrokken bleef. Vier patiënten werden opgenomen in het Martini Ziekenhuis, onder wie één patiënt met ernstig letsel aan het gezicht.
Wat vooral opvalt, is de jonge leeftijd van veel patiënten. In totaal waren tien van de opgenomen, poliklinisch behandelde patiënten of adviesvragen jonger dan 15 jaar. Drie van hen waren pas 7 jaar oud. Het aantal letsels door carbidschieten bleef laag, vuurwerkletsel vormde dit jaar het grootste deel van de zorgvraag.
Het Brandwondencentrum werd gedurende de nacht intensief geraadpleegd door huisartsen en zorgprofessionals uit andere ziekenhuizen. Vanaf middernacht stond de telefoon vrijwel onafgebroken roodgloeiend en werd het centrum tientallen keren per uur benaderd voor overleg over brandwondenzorg.