De Rijksuniversiteit Groningen vraagt inwoners ook dit jaar weer mee te helpen bij het meten van duisternis. Tijdens de jaarlijkse landelijke meetactie ‘Tel de Sterren’ van ScienceLinX en het Kapteyn Instituut kunnen mensen laten zien hoe donker het ’s nachts nog is in Nederland door sterren te tellen.
De metingen vinden plaats in twee periodes. De eerste periode loopt van 16 tot en met 28 januari. De tweede periode is van 15 tot en met 27 februari. Meten heeft alleen zin als de maan onder de horizon staat en het helder weer is. Deelnemers tellen sterren in het sterrenbeeld Orion. Dit sterrenbeeld is goed te herkennen aan vier heldere sterren die samen een rechthoek vormen. Het aantal sterren binnen deze rechthoek geeft aan hoe donker het is.
Wie mee wil doen, gaat na 20.00 uur naar buiten en zoekt Orion aan de hemel. Daarna is het belangrijk om ongeveer een kwartier te wachten, zodat de ogen aan het donker wennen. Vervolgens worden de sterren geteld. De telling kan meerdere keren worden gedaan. Het gemiddelde aantal sterren kan worden doorgegeven via de website rond de telactie. Op die website staat ook een duidelijke uitleg en zijn de resultaten op een kaart te zien.
De meetactie is bedoeld om meer inzicht te krijgen in lichtvervuiling. Te veel kunstlicht is slecht voor natuur, dieren en mensen. Met de resultaten kan beter worden gevolgd waar het ’s nachts nog echt donker is. De stertelling is ook een opmaat naar de Landelijke Sterrenkijkdagen. Deze vinden plaats van 27 februari tot en met 1 maart. Op veel plekken in Nederland staan dan telescopen opgesteld voor publiek.