Onderzoek UMCG: ‘Huidmeter is beter dan blote oog bij opsporing ernstige geelzucht bij baby’s’

nieuws
Foto via UMCG

Een huidmeter werkt beter dan het blote oog bij het opsporen van ernstige geelzucht bij pasgeborenen. Dat blijkt uit onderzoek onder meer dan 2300 baby’s, waar ook kinderarts Christian Hulzebos van het UMCG aan meewerkte.

Ongeveer tachtig procent van de pasgeborenen krijgt in de eerste week na de geboorte te maken met geelzucht. De huid en slijmvliezen kleuren dan geel door een verhoogde hoeveelheid bilirubine in het lichaam. Meestal is geelzucht onschuldig, maar bij 3 tot 5 procent van de baby’s is behandeling met lichttherapie nodig. Zonder of bij te late behandeling kan blijvende hersenschade ontstaan.

Ouders, verloskundigen en kraamverzorgenden letten daarom goed op of een baby geel ziet. Toch wordt ernstige geelzucht thuis niet altijd op tijd herkend. Met het blote oog is het lastig om goed te beoordelen hoe ernstig de geelzucht is. Bij baby’s met een donkere huidskleur is dat nog moeilijker. Een huidmeter (ook wel ‘bilirubinemeter’ genoemd) kan hierbij helpen. Dit apparaat meet via de huid snel en pijnloos het bilirubinegehalte. Dat gebeurt op het hoofd of het borstbeen van de baby.

Negen verloskundigenpraktijken deden mee aan het onderzoek, waarvan vier in Noord-Nederland. De huidmeter blijkt duidelijk effectiever dan kijken met het blote oog. Met de meter werden  dertig procent meer baby’s opgespoord die behandeling nodig hadden. Zonder de huidmeter zouden deze kinderen niet op tijd zijn herkend. Als de huidmeter een hoge waarde aangeeft, volgt een hielprik om het bilirubinegehalte in het bloed nauwkeurig te meten. Die extra prikken voorkomen dat baby’s ernstig ziek worden en later blijvende schade oplopen door onbehandelde geelzucht.

Hoewel het gebruik van de huidmeter al in de Nederlandse richtlijn staat, gebruiken nog niet alle verloskundigen het apparaat. De onderzoekers hopen dat de huidmeter vaker en standaard wordt ingezet bij controles thuis.