Jaimy Hindriks is donderdagavond in het Forum benoemd tot nieuwe stadsdichter van Groningen. Deze rol mag ze de komende twee jaar gaan vervullen.
De bekendmaking kwam voor Hindriks (1992) als een verrassing. “Ik had het enorm gehoopt, maar durfde het eigenlijk niet te verwachten.” Hindriks nam het in de selectieprocedure op tegen drie andere kandidaten. Hindriks vierde het nieuws door direct de stad in te duiken. Ze belandde onder meer in De Wolthoorn, ‘in de geest van Jean Pierre Rawie’, zoals ze het zelf noemt. “Ik dacht: daar komen alle dichters, dus dan gaan we lekker feesten.”
Stand-up poetry voor iedereen
Wie is Jaimy Hindriks als dichter? Hindriks omschrijft haar werk als een ode aan de ‘merkwaardige mens’. Hindriks houdt van absurdistische humor en combineert poëzie met zijn achtergrond in stand-up comedy. Het resultaat: wat ze zelf ‘stand-up poetry’ noemt. “Ik kan rauwe poëzie schrijven, met veel humor. Ik denk dat ook studenten daar wel een goede doelgroep voor zijn.”
Hendriks spreekt voor interview af op de Vismarkt. Precies daar waar ze zich het meest thuis voelt. Ze werkte vier jaar bij De Notenkraam, drie dagen per week, en kwam daar dagelijks in contact met Stadjers. “Uitspraken en gedachten schreef ik vaak meteen op.” Collega’s maakten opmerkingen dat ze veel op haar telefoon zat. “Ik moest het direct opschrijven – soms zelfs op zakjes nootjes – om er later gedichten van te maken.”
Stadsdichter-snuffelstage
Die directe band met de stad wil Hindriks als stadsdichter verder uitbouwen. Een van zijn belangrijkste plannen is de zogeheten stadsdichter-snuffelstage. Hindriks wil bij verschillende beroepsgroepen een week meelopen: in een wasserette, bij de viskraam, bij een kapper, in de zorg. “Door mee te draaien en met mensen in gesprek te gaan, wil ik ervaren hoe hun werkelijkheid is. Op die manier wil ik de poëzie naar de mensen brengen”, zegt ze.
Hoewel het stadsdichterschap nieuw voor haar is, voelt het ook vertrouwd. “In de kern was ik hier al mee bezig, alleen zonder titel. Ik praat met iedereen, schrijf odes aan mensen. Nu gaan er deuren voor me open, en daar ben ik heel blij mee.”