Groningse gevangenen die tijdens Tweede Wereldoorlog gefusilleerd werden in Dokkum herdacht

nieuws
Het oorlogsmonument aan de Woudweg in Dokkum. Foto: Theun at Western Frisian Wikipedia, CC BY-SA 3.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=9537058

In Dokkum zijn afgelopen week twintig oorlogsslachtoffers herdacht die in januari 1945 door de bezetter werden gefusilleerd. Onder de slachtoffers bevonden zich vier Groningers, die als represaille voor een geslaagde bevrijdingsactie van het verzet werden vermoord.

De gebeurtenissen vonden hun oorsprong op 13 januari 1945, toen de Duitse bezetter wapens ontdekte op een boerderij nabij Aalsum. Verschillende mensen werden gearresteerd, onder wie apotheker Pieter Engelbertus Gunster. Omdat zijn apotheek tevens dienstdeed als hoofdkwartier van de Nederlandse Binnenlandse Strijdkrachten (NBS), vreesde het verzet dat er cruciale informatie zou lekken tijdens zijn verhoor.

Op 19 januari ondernam het verzet een poging om Gunster te bevrijden tijdens zijn transport naar Leeuwarden. Bij het dorp De Falom werd de arrestantenwagen overvallen, waarbij de chauffeur en een bewaker van het beruchte Sonderkommando Albrecht om het leven kwamen. De bevrijdingsactie slaagde en Gunster kon, ondanks een schotwond, worden ontzet.

Vergelding
Sonderkommando Albrecht, onder leiding van Wilhelm Arthur Albrecht, was een doodseskader, dat gevlucht was uit België en in de laatste oorlogsmaanden met name in Friesland voor een ware terreurgolf zorgde waarbij tientallen verzetsmensen om het leven kwamen. Zij reageerden dan ook furieus. Het gerucht gaat dat men in eerste instantie Dokkum van de kaart wilde vegen. Dit plan werd vanuit het Scholtenhuis, het hoofdkwartier van de SD, tegengehouden. Als vergelding werden twintig gevangenen uit Leeuwarden en Groningen naar de Woudweg in Dokkum gebracht en daar zonder enige vorm van proces geëxecuteerd. Onder de slachtoffers bevond zich Herman van Gelder uit de stad Groningen. Van Gelder, Joods en slager van beroep, liet een vrouw en vier dochters achter. Ook Harm Egbert Blaauw, een gemeenteopzichter die aan de Hamburgerstraat woonde, werd vermoord. Hij was actief geweest in een verzetsgroep die onderdak bood aan geallieerde vliegtuigbemanningen.

Naast hen kwamen ook Hindrik Lommert en Heinrich Krohne om het leven. Lommert was werkzaam als tekenaar bij de Noord-Nederlandse Clichéfabriek en was verbonden aan de verzetsgroep ‘De Groot’, die zich specialiseerde in het vervalsen van bonkaarten en documenten. De vier Groningse mannen liggen vandaag de dag begraven op de Noorderbegraafplaats in de stad.

Eerbetoon
De herdenking begon afgelopen week met een bijeenkomst in het Dockinga College, waar burgemeester Johannes Kramer van de gemeente Noardeast-Fryslân de aanwezigen toesprak. Na de bijeenkomst volgde een stille tocht naar het oorlogsmonument aan de Woudweg, waar de namen van de twintig slachtoffers in het steen staan gekerfd.

Bij het monument werden kransen gelegd door de burgemeester en andere betrokkenen. Ook leerlingen van het Dockinga College, die het monument hebben geadopteerd, legden bloemen ter nagedachtenis aan de gevallenen.