Een 19-jarige man uit Groningen is donderdag door de rechtbank veroordeeld tot een gevangenisstraf van 20 maanden, waarvan 10 maanden voorwaardelijk. De rechter acht bewezen dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan onder meer bedreiging, dwang, vernieling, drugsbezit, bezit van munitie en extreem gevaarlijk rijgedrag.
De rechtbank stelt vast dat de man zich schuldig heeft gemaakt aan meerdere bedreigingen van verschillende personen met ernstig geweld en de dood. Ook beledigde hij politieambtenaren tijdens de uitoefening van hun werk. De man heeft zich ook schuldig gemaakt aan meerdere vernielingen. Hij richtte schade aan in woningen en bij goederen van anderen. In één geval bracht hij zwaar vuurwerk tot ontploffing bij een woning, waardoor schade ontstond aan een deur en gevaar voor bewoners ontstond.
Verder is bewezen dat hij harddrugs voorhanden had, waaronder een aanzienlijke hoeveelheid MDMA en een kleine hoeveelheid cocaïne. Van drugshandel of dealen is hij niet veroordeeld. Bij de Stadjer werd ook munitie aangetroffen. Het ging om omgebouwde knalpatronen en scherpe patronen.
De rechtbank acht bovendien bewezen dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan zeer gevaarlijk verkeersgedrag. Hij reed zonder rijbewijs op een crossmotor die niet geschikt was voor de openbare weg. Hij reed over de stoep, met een te hoge snelheid, verleende geen voorrang en remde onvoldoende. Hierdoor ontstond levensgevaar en gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor anderen.
Het Openbaar Ministerie had een gevangenisstraf van twintig maanden geëist. De advocaat van de man vroeg om vrijspraak voor meerdere feiten en stelde dat het bewijs in verschillende zaken onvoldoende was. Ook vond zij dat sommige gebeurtenissen rond de Stadjer en zijn vriendin te zwaar waren aangezet. Daarnaast krijgt de man een rijontzegging van zes maanden.
De rechtbank legde uiteindelijk een gevangenisstraf op van twintig maanden, waarvan tien maanden voorwaardelijk. Daarmee wijkt de rechtbank af van de eis van het Openbaar Ministerie, dat een volledig onvoorwaardelijke straf had gevraagd. De rechtbank matigt de straf, omdat de Stadjer van een aantal zaken die hem werden verweten is vrijgesproken. Zo is niet bewezen dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan poging tot zware mishandeling, onder meer tegen zijn partner.
Toch acht de rechtbank celstraf noodzakelijk, omdat de bewezen feiten ernstig zijn en grote onrust en gevaar hebben veroorzaakt. Eerdere straffen en hulpverlening hebben niet geleid tot gedragsverandering.