Docent Praedinius steekt 1.200 uur in hertalen Vondels ‘Gijsbrecht’: “Klassieke tekst moet toegankelijk blijven”

nieuws
Docent Frits Dijkstra leest in het door hem hertaalde werk van Joost van den Vondel. Foto: ingezonden

Vijf jaar lang is docent Frits Dijkstra van het Praedinius Gymnasium ermee bezig geweest om het toneelstuk ‘Gysbreght van Aemstel’ uit 1637 te hertalen naar hedendaagse woorden. Een monnikenwerk waar de docent veel tijd in heeft gestoken en waarvan hij stiekem vindt dat eigenlijk iedereen het zou moeten lezen.

Frits, we hebben het over een stuk dat sterk verbonden is aan het Praedinius Gymnasium, hè?
“Al jarenlang wordt dit stuk van dichter Joost van den Vondel behandeld in de vijfde klas. Dat gebeurt altijd in december of januari, omdat het stuk zich rond de kerstdagen afspeelt. Je kunt ook echt zeggen dat het een gymnasiaal stuk is. Op onze school is klassieke literatuur een verplicht onderdeel. Dat begint eigenlijk in de zestiende eeuw met de behandeling van de reformatie. In de zeventiende eeuw zie je de contouren van het huidige Nederland ontstaan: er komt een vlag, er komt een volkslied en er wordt een gezamenlijke vijand aangewezen. En dat zie je heel mooi terugkomen in het stuk ‘Gijsbrecht van Amstel’.”

Laten we teruggaan naar 1637. Het stuk is geschreven vanwege de opening van de Amsterdamse Schouwburg…
“Amsterdam had voor de realisatie van het gebouw naar het machtige Rome gekeken. Dat diende als voorbeeld. De mensen in Amsterdam vonden dat zij in de beste stad van de wereld woonden. Jacob van Campen ontwierp een schouwburg in de classicistische stijl: een esthetiek van perfectie en evenwicht, waarbij men terugkeerde naar de klassieke Romeinse en Griekse voorbeelden. Om de opening te vieren schreef Joost van den Vondel een speciaal toneelstuk, een treurspel in vijf akten.”

Waar gaat het stuk over?
“Het eerste bedrijf speelt zich af in de avond voor kerstnacht rond het jaar 1300. Amsterdam wordt op dat moment al een jaar belegerd door de troepen van de Waterlanders en de Kennemers. Zij waren boos omdat ze het vermoeden hadden dat de stadsheer van Amsterdam, Gijsbrecht van Amstel, iets te doen had met de dood van graaf Floris V van Holland. Maar op die dag voor Kerstmis staken de belegeraars ineens hun strijd en trekken ze zich terug. Ogenschijnlijk in hun haast vergeten ze een schip, Het Zeepaard, dat met rijshout beladen is. Gijsbrecht beveelt dat het schip de stad binnengevaren moet worden, niet wetende dat een groep soldaten zich onder het rijshout verscholen houdt. De rest laat zich raden. In de stad is het dubbel feest: de vijand is vertrokken en het is kerstavond. Maar ondertussen loert het gevaar.”

Is het een populair stuk onder de leerlingen?
“Het begin is taai. Soms erg taai. Maar er zitten veel spannende, mooie en ontroerende stukken in het toneelstuk. Dat het aanspreekt, komt vanwege de sterke parallellen die er zijn met ‘Aeneis’ van Vergilius. De val van Troje, met het houten paard, stond namelijk model voor de listige aanval op Amsterdam. Het verschil is echter dat ‘Gijsbrecht van Amstel’ meer in een christelijke context is geplaatst vanwege de viering van Kerstmis, met de engel Rafaël die Gijsbrecht helpt ontsnappen.”

De afgelopen jaren heb je gewerkt aan een hertaling om het stuk begrijpelijker te maken voor tieners die in dit decennium opgroeien. Was dat nodig?
“Ja. Door de jaren heen zijn er best wel wat hertalingen verschenen. Het toneelstuk wordt immers nog steeds opgevoerd en regisseurs passen het aan en moderniseren het. Maar wat ontbrak, was een integrale hertaling waarin rijm en metrum, zoals Joost van den Vondel het geschreven had, behouden bleven. Ruim vijf jaar geleden bevond ik mij in kringen bij Uitgeverij kleine Uil, waarbij mensen bezig waren met het hertalen van oudere werken. In al mijn hoogmoed zei ik daar dat ik dit stuk wel wilde hertalen. Ik dacht: dat doe ik wel even. Maar het werd een project dat jaren duurde.”

Ruim vijf jaar geleden bevonden we ons nog in de coronapandemie, waarbij er veel niet kon en mocht. Speelde dat ook mee om aan deze hertaling te beginnen?
“Leuk dat je dit vraagt, want dat klopt zeker. Ik ben docent Nederlands en in die tijd gaf ik wekenlang vanachter een laptop via een videoverbinding les aan mijn leerlingen. Dat was niet de mooiste periode. Om het toch leuk te maken, ben ik dit project voor mezelf aangegaan. Overdag gaf ik les, met in gedachten het vooruitzicht dat ik mij in de avonduren op de hertaling kon storten. En dat was een flinke kluif: met de eerste acht, negen regels was ik al flink wat tijd kwijt. Uiteindelijk moesten er bijna 1.900 regels hertaald worden, waarbij ik mij op sommige zinnen flink heb stukgebeten.”

Wat was het uitgangspunt?
“Het doel is dat een vijfdeklasser het stuk beter begrijpt. Ondanks de hertaling zal het altijd een stuk blijven dat we klassikaal behandelen. De tijdsperiode, hoe men toen leefde en bepaalde achtergronden hebben begeleiding nodig, zodat leerlingen het in het juiste perspectief kunnen plaatsen. Maar ik heb iets gemaakt dat beter aansluit bij hoe we tegenwoordig communiceren en schrijven. Het gaat namelijk om een heel oude tekst. Hoe maak je deze begrijpelijk voor een puber? De wereld van toen is een heel andere dan die waarin we nu leven. En dat geldt ook voor bepaalde verwijzingen. Ik noemde graaf Floris V al even; niet elke leerling zal direct nog weten wie dit is. Daarom is die klassikale behandeling, de duiding, belangrijk.”

Hoeveel tijd heb je hieraan gespendeerd?
“Op een gegeven moment heb ik echt periodes af moeten bakenen. Bijvoorbeeld een voorjaarsvakantie waarin ik me vol op de tekst stortte. Als je alles bij elkaar optelt, gaat het om zo’n veertig weken waarbij ik er wekelijks zo’n zes uur aan werkte. Dat keer vijf jaar, dus dan kom je op zo’n 1.200. Als ik het zo uitreken, dan komt wel even binnen hoeveel werk er verzet is. Aan de andere kant: het hertaalde boek ligt nu in de boekhandel en is ook als e-book te koop. Ondanks dat het stuk zich in een niche bevindt, wordt het goed verkocht. En dat maakt mij natuurlijk erg blij.”

Je vertelt dat je veel tijd hierin hebt gestoken. Nu ken ik de gemiddelde gymnasiumleerling als een kritisch publiek dat graag mee wil denken. Had je hun hulp niet kunnen inroepen, juist ook omdat je een product maakt dat voor hen bedoeld is?
“Toen ik het concept af had, heb ik twee leerlingen bij het project betrokken: Simon en Diaco. Zij hebben het gelezen en hebben feedback gegeven op de plekken waar zij vonden dat ze het niet meer begrepen. Ik ben deze twee jongens eeuwig dankbaar. Ik heb ze ook bedankt in het nawoord dat in het boek te vinden is. Beide leerlingen hebben overigens inmiddels met een diploma op zak het Praedinius verlaten, en het is ontzettend leuk dat Simon inmiddels Nederlands studeert.”

Kerstmis ligt inmiddels achter ons. Dat betekent waarschijnlijk ook dat dit stuk inmiddels behandeld is. Hoe is er door de leerlingen uit de huidige jaarlaag gereageerd?
“Dat gaat de komende week blijken. Het is namelijk behandeld en volgende week vindt er een toets plaats. Ik ben van plan om dit te combineren met een evaluatie. Wat vonden leerlingen ervan? Wat ik wel merk, is dat leerlingen het heel leuk vinden dat ze lezen uit een boek dat voor een deel door de docent geschreven is die bij hen voor de klas staat. In zekere zin lees ik voor uit eigen werk. En dat krijg ik ook te horen van mijn collega’s die ook Nederlands geven: dat het ondanks de pittige tekst op die manier wel beklijft.”

Je hebt het al gezegd: dit stuk gaat over het ontstaan van Nederland zoals we dat kennen. Zou dit stuk daarom niet behandeld moeten worden op elke school, in een misschien nog toegankelijkere hertaling? “Eigenlijk wel. Er zitten namelijk ook hele mooie haakjes in. Joost van den Vondel kun je zien als een soort immigrant. Hij werd geboren in 1587 in Keulen, groeide daarna op in Antwerpen en woonde het grootste deel van zijn leven in Amsterdam. Het gaat over tolerantie, over immigratie; vraagstukken waar we vandaag de dag ook nog mee te maken hebben. En dat geldt ook voor andere passages in het werk: met een moderne bril op zou je die feministisch kunnen noemen. Wat je eigenlijk vraagt, is een hertaling ‘voor de vuist weg’. Als ik de puf had, zou me dat een mooie uitdaging lijken. Om die dichterlijke vrijheid te nemen, om delen weg te laten, om het nog toegankelijker te maken. Maar wellicht is het beter dat zoiets opgepakt wordt door een theatergezelschap. We moeten ook niet vergeten dat taal- en cultuurpuristen dan om de hoek komen kijken. Je herinnert je wellicht nog toen werken van Max Havelaar hertaald werden: men vond dat je van zulke teksten af moet blijven. Ik ben echter van mening dat tekst toegankelijk moet blijven.”

Om toch nog even advocaat van de duivel te spelen: dit stuk speelt zich af in Amsterdam. Maar wij zitten hier in Groningen, met onze eigen geschiedenis die ook wel wat aandacht verdient. Ligt daar wellicht ook nog een taak voor je qua hertalen?
“Je doelt op Bommen Berend. Op z’n ‘Vergilius’ zou dit omgetoverd moeten worden in een episch verhaal; ook een mooie uitdaging. Want in het werk van Vergilius mondt het uit in tragedie, ellende en vuur. Bommen Berend kende een heel andere afloop: de bisschop van Münster wist Groningen niet te veroveren. Als ik er zo over nadenk, dan maakt mij dat enthousiast. Het zou een heel mooi project kunnen zijn. Ook belangrijk omdat de naam Bommen Berend wel bekend is, maar het verhaal en de achtergrond wel wat duiding kunnen gebruiken.”

De hertaling van Frits Dijkstra is sinds enige tijd te koop in de boekwinkels.