In de zomer van 1876 hangt er een spanning boven het academische Groningen. Niet kanonnen of belegeringen die de stad bedreigen, maar een andere, minder zichtbare strijd: blijft de universiteit bestaan? Sinds het midden van de negentiende eeuw rommelde het in politiek en onderwijs over de rol en het aantal universiteiten in Nederland. De vraag was niet meer alleen hoe het onderwijs zich moest verbeteren, maar welke universiteiten überhaupt nog bestaansrecht hadden.
In Nederland begon men serieus na te denken over wat een universiteit moest zijn. Moest het vooral een plek zijn waar studenten werden klaargestoomd voor beroepen of moest het een instituut zijn waar wetenschap werd beoefend naast het lesgeven?
De dreiging
In 1876 kwam het politiek debat in Den Haag tot een hoogtepunt met de Wet op het Hoger Onderwijs. De voorgestelde wet wilde het hoger onderwijs moderniseren, maar dat ging gepaard met pijnlijke keuzes. Een van de meest ingrijpende was de gedachte om de drie bestaande universiteiten in Leiden, Utrecht en Groningen te verminderen tot twee: een universiteit in Leiden en een in Utrecht. Groningen, de kleinste van de drie, leek daarbij de klos.
Voor Groningen was dit een behoorlijke bedreiging. De universiteit, op dat moment meer dan twee eeuwen oud, was onderdeel geworden van het leven van de stad. Studenten en professoren gave de stad iets dat verder reikte dan de aula’s en collegezalen. Maar in de Haagse politiek woog dat argument minder zwaar dan cijfers.
De strijd voor de universiteit
De dreigende opheffing leidde tot een ongekende mobilisatie in het noorden. Stadsbestuurders, professoren en inwoners maakten zich sterk voor het behoud van hun universiteit. Ze stuurden brieven, hielden vergaderingen en voerden gesprekken met invloedrijke politici. Het ging niet alleen om een universiteit, maar om de vraag of kennis en onderwijs ook buiten de grote steden konden floreren. Groningers voelden de bedreiging als een aanval op hun eigen identiteit.
Toch bleek de strijd over het voortbestaan niet alleen een kwestie van regionaal protest, maar ook van politieke strategie. Tegelijk met de discussie over Groningen speelde een andere eis in Den Haag. De wens bestond om in Amsterdam een universiteit te vestigen. Tegenstanders van de opheffing van Groningen zagen hierin een kans. Door samen op te trekken met voorstanders van een universiteit in Amsterdam, konden zij een bredere meerderheid in de Kamer vormen voor het behoud van meer dan twee universiteiten.
Een periode van groei
De afspraak die volgde zou de toekomst van het Nederlandse hoger onderwijs blijvend veranderen. In plaats van een concentratie van academische kennis in twee steden, besloot de Tweede Kamer vier universiteiten te behouden: Leiden, Utrecht, Groningen en een nieuwe universiteit in Amsterdam. Groningen was gered. De universiteit zou niet alleen blijven bestaan, maar zelfs onderdeel worden van een grotere ontwikkeling waarin hoger onderwijs in Nederland werd uitgebreid en vernieuwd.
De goedkeuring betekende meer dan alleen het voortbestaan van de universiteit. Universiteiten moesten ook onderzoek plegen, niet alleen onderwijs geven. Dit zorgde voor een periode van groei: nieuwe laboratoria, instituten en onderzoeksgroepen verschenen en de wetenschappelijke faculteiten geneeskunde, natuurwetenschappen en moderne talen kregen steeds meer ruimte om zich te ontwikkelen.
Voor Groningen was dat een kantelpunt. Het werd een moment dat de stad en de universiteit nieuw leven gaf. De crisis van 1876 zette niet een rem op de toekomst, maar betekende uiteindelijk een periode van uitbreiding. Nieuwe hoogleraren, onderzoeksprojecten en een grote studentenstroom volgden. Groningen begon zich meer dan ooit te profileren als een academische stad van betekenis, niet alleen in het noorden van Nederland, maar in het hele land.
In deze zesdelige serie word je meegenomen in het verhaal hoe Groningen de studentenstad is geworden zoals wij die nu kennen. Vanaf 30 december 2025 wordt er elke dag één deel van de serie gepubliceerd. Welke personen waren belangrijk in het studentenleven? Wat is de rol van de universiteit? Hoe zijn studentenvereniging ontstaan? En hoe is de inclusieve studentenstad met hbo en mbo tot stand gekomen?
Benieuwd naar het begin van de serie? Klik hier!