
Met de krabbenscheer gaat het in ons land niet goed. Toch is de plant in de Oostpolder bij Noordlaren zich flink aan het uitbreiden. En dat is goed nieuws zegt Het Groninger Landschap.
“In de polder zien we dat krabbenscheer toeneemt”, meldt de natuurorganisatie. “Één sloot is van voor tot achter gevuld met deze waterplant. Dat de krabbenscheer floreert is een goed teken. De plant houdt van helder water en helpt zelfs om water nog helderder te maken. Bovendien heeft de aanwezigheid van de krabbenscheer een effect op andere soorten die van deze plant afhankelijk zijn, zoals de groene glazenmaker.”
Oostpolder
Het succesverhaal begint wellicht in 1998. In dat jaar wordt de Oostpolder, net als omringende polders in het Hunzegebied onder water gezet tijdens hevige wateroverlast in de regio. Om te voorkomen dat delen van de stad in de toekomst onder water kunnen lopen, wordt in 2005 besloten om de polder aan te wijzen als waterbergingsgebied. Er worden daarvoor meerdere dijken aangelegd en er komt een nieuw gemaal. Door het aan te wijzen als een waterbergingsgebied ontstaat er ook een ruilverkaveling. Hierbij werden de Oost- en de Onnerpolder voor een groot deel omgevormd tot natuurgebied. In de winter kan het deels onder water worden gezet. Door de maatregelen is het gebied aantrekkelijk geworden voor water- en weidevogels. Ook diverse planten hebben hierdoor een geschikte leefomgeving gevonden..
Krabbenscheer
De krabbenscheer staat in ons land op de Rode Lijst van planten. De waterplant is in de afgelopen decennia sterk afgenomen. De plant komt er vooral voor in sloten en moerassen in het laagveengebied. De krabbenscheer wordt 15-40 centimeter hoog en zit deels onder water. De plant bloeit van mei tot juli met witte bloemen, die boven het water uitsteken. Dichte vegetaties krabbenscheer worden ook als nestplaats gebruikt door vogels als de zwarte stern. En dus ook de libel groene glazenmaker. “Wil je de plant bewonderen, dan moet je nog even geduld hebben. Tijdens de koude maanden, dan zakt de krabbenscheer naar de bodem.”