Column Benno de Jongh | Drugs

column

Onder Groningse studenten is drugsgebruik bijna even normaal als het drinken van een biertje. Je appt je dealer en seconden later zie je een menukaart met de dagprijzen. Je plaatst je bestelling en nog geen half uur later krijg je je spul aan de deur afgeleverd. Hoe meer je wil, hoe groter de korting.

Uit rioolwateronderzoek blijkt dat in Stad gemiddeld evenveel drugs worden gebruikt als in Amsterdam en Rotterdam. Op drugsgebruik heerst al zeker vijftien jaar geen taboe meer in het studentenleven. Tijdens de coronatijd begonnen studenten uit pure verveling nog meer te snuiven en slikken dan ze daarvoor al deden. Sindsdien zijn drugs niet meer weg te denken van studentenfeestjes. In sommige kringen wordt een lijntje discreet op het toilet het neusgat ingejaagd, maar veel studenten van bijvoorbeeld Vindicat of Albertus nemen die moeite niet eens meer.

Tijdens een feestje of festival gebruiken studenten van alles door elkaar. Grote hoeveelheden drank, maar daarnaast ook gerust xtc (‘x’, ‘e’, ‘snoepje’ of ‘pilletje’) en cocaïne (‘c’, ‘Charlie’ of ‘sos’). Als ze de volgende dag weer willen knallen, nemen ze een Grote Jos, een vitaminebom die je in je drankje kan gooien met allerlei net legale ingrediënten om weer tien uur vooruit te kunnen. In de studentenbieb op maandag en dinsdag gebruiken ze één of twee pilletjes Ritalin om de concentratie vast te houden en ’s avonds wordt er een jointje gerookt om te relaxen. Na een paar dagen uitrusten en/of studeren begint het weekend weer op woensdag- of donderdagavond met 3-MMC of het grotere broertje 4-MMC (‘miauw’). GHB, paddo’s, ketamine en amfetamine zijn iets minder populair, maar worden door de sommige studenten ook geregeld gebruikt voor de afwisseling.

Voor veel mensen die amper drugs gebruiken, zijn alle drugs bij voorbaat slecht. Maar iedereen die er enige ervaring mee heeft, weet dat de verschillende soorten drugs onvergelijkbaar zijn. Cocaïne is totaal anders dan cannabis. En xtc is onvergelijkbaar met Ritalin. Dat neemt niet weg dat alle drugs levens kunnen verwoesten. Cocaïne en methamfetamine net wat sneller én vaker dan wiet of Ritalin. Wat voor gevolgen het heeft is onder meer afhankelijk van de verslavingsgevoeligheid van de persoon die het gebruikt.

Drugs zijn in vrijwel elke maatschappij een complex probleem; makkelijke oplossingen zijn er niet. Alles legaliseren lijkt niet op de oplossing, alles verbieden ook niet. Dat neemt niet weg dat er heel veel beter kan in het Nederlandse drugsbeleid. De politiek staat erbij en kijkt ernaar. Burgemeester Koen Schuiling wil – in zijn woorden – ‘tikken uitdelen’ aan banken, notarissen en advocaten die zakendoen met drugscriminelen. Dat hebben we eerder gehoord, en je vraagt je af waarom de gemeente dat niet gewoon doet, zónder van te voren een waarschuwing af te geven. Behoort het niet tot haar kerntaken om ondermijnende criminaliteit en de witwassende bovenwereld aan te pakken? Denkt Schuiling met zo’n kreet zijn ambtenaren aan het werk te zetten? Of hoopt de burgemeester met een waarschuwing soms dat de banken, notarissen en advocaten zelf hun criminele boeltje inpakken, omdat er toch geen capaciteit of expertise is bij politie of gemeente is om daadwerkelijk jacht te maken op drugscriminelen? Of is het misschien een signaal richting Den Haag?

De politiek bewandelt vaak wonderlijke wegen, zeker als het gaat om drugs. Ons poldermodel lijkt compleet failliet. Het gebabbel tussen bestuurslagen lijkt vrijwel uitsluitend te leiden tot de zaken vooruitschuiven. Dat kan misschien als de pijlers onder onze maatschappij sterk verankerd zijn. Nu die langzamerhand steeds verder afbrokkelen, begint het eindeloze geleuter, inclusief de obsessie met beeldvorming, loze beloftes en gebrek aan echte verantwoordelijkheid, steeds pijnlijker vormen aan te nemen.

Het drugsbeleid is daarvoor exemplarisch. Terwijl talloze landen wiet met succes legaliseren, blijven wij hier hangen in een wietexperiment dat maar geen handen en voeten krijgt. Het quasi-experiment is door de politiek zo dichtgetimmerd dat van échte nieuwsgierigheid naar wat maatschappelijk goed zou kunnen werken, geen enkele sprake is. Alle politieke partijen willen de resultaten, wat die ook zijn, zo kunnen vertalen dat het naadloos in hun eigen verhaal past.

Zelfs over zaken waar politiek links en rechts het wél eens zijn, krijgen ze het niet voor elkaar om concreet beleid te maken. Prima, maak het de louche banken, notarissen en advocaten maar moeilijk, daar is iedereen het toch over eens? De reactie van politiechef Frank Smilda spreekt echter boekdelen: ‘Wij zijn ervan overtuigd dat we met extra capaciteit meer kunnen doen.’ Hij zegt eigenlijk: de politiek kan van alles verzinnen, maar wie voert het uit? Het begint en eindigt allemaal bij handhaving en opsporing. Haal desnoods bij de gemeente een paar honderd raamambtenaren weg en stationeer ze als ondersteunende dienst bij de politie, misschien is dat een begin. Want beleid verzinnen is heel makkelijk, maar beleid uitvoeren een stuk lastiger.

Iets anders waar je politici altijd over hoort als het over drugs gaat, is voorlichting. Links en rechts zijn het er in grote lijnen over eens dat jongeren en studenten beter voorgelicht moeten worden. Maar dat gebeurt nooit. Nooit vertelt een dokter aan studenten wat xtc met hun lichaam en geest doet, nooit vertelt een ex-verslaafde wat cocaïne met je leven kan doen, nooit vertelt een onderzoeker wat drugs met de maatschappij doet. Studenten krijgen de hele dag allerlei onzintheorieën voorgeschoteld op het gebied van international business en andere bullshit-studies, maar over datgene dat hun leven voor een belangrijk deel vormt, weten studenten – behalve als gebruiker – vrijwel niets.

44 procent van de studenten maakten het afgelopen jaar melding van een stoornis. Welk verband dit heeft met het toenemende drugsgebruik is niet bekend. In dit land zijn talloze instituten, onderzoeksgroepen, organisaties en denktanks. Alle goede bedoelingen ten spijt, lukt het niet om studenten te onderwijzen over een van de belangrijkste dingen in hun leven, namelijk drugs. Dat zouden onder meer de Rijksuniversiteit en de gemeente zich mogen aantrekken. Het besef dat er vrijwel niets op het gebied van voorlichting gebeurt is zo treurig, dat je bijna een dikke snuif zou nemen.

Benno de Jongh is freelance journalist, onder meer bij RTV Noord en voor verschillende schaakwebsites en -bladen. Benno schrijft wekelijks een column over een relevant onderwerp uit de gemeente Groningen. Heb jij een goed onderwerp waar Benno aandacht aan moet besteden? Of wil je iets kwijt over de columns? Stuur dan een mail naar benno@oogtv.nl

Deel dit artikel: