Column Benno de Jongh | Globish

column

Kwart over elf woensdagochtend, het Academiegebouw op het Broerplein. Het is het begin van het academisch jaar en de collegezaal zit vol met eerstejaars. Een charismatische docent, een trotse man en een autoriteit op zijn vakgebied, bij wie de studenten vorig jaar nog aan de lippen hingen tijdens het college, lijkt te zijn veranderd in een stotterende, oude man die woorden gebruikt die hij zelf maar amper lijkt te begrijpen.

Wat is er tijdens de zomervakantie gebeurd? Heeft hij een zonnesteek opgelopen? Heeft hij gewoon z’n dag niet? Of is hij misschien ergens anders met z’n hoofd? Nee, de verklaring voor zijn gehakkel is een stuk simpeler. Hij geeft les in een taal die niet de zijne is, waarmee hij niet is opgegroeid, een taal die hij niet tot in de puntjes beheerst. Want ondanks dat de collegezaal voor een groot deel uit Nederlandse studenten bestaat, geeft hij les in het Engels.

En hij is lang niet de enige docent aan de RUG die in het Engels les moet geven. Die taal rukt op in het hoger onderwijs en dat is al vele tientallen jaren aan de gang. Meer dan de helft van de studies op de Nederlandse universiteiten zijn volledig in het Engels. Eindhoven, Maastricht, Nijmegen, Enschede en de Universiteit van Amsterdam maken het heel bont, maar ook aan de RUG is Engels op veel plekken de voertaal. In Eindhoven wordt zelfs iedereen – inclusief het ondersteunend personeel zoals medewerkers van de kantine, met klem verzocht – nou ja eigenlijk verplicht – om op het terrein van de universiteit Engels te praten. Het gerucht gaat dat in Eindhoven binnenkort ook dénken in het Nederlands wordt verboden.

Universiteiten zeggen steeds vaker voor Engelstalig onderwijs te kiezen omdat studenten later in een ‘internationale omgeving’ gaan werken of omdat een beheersing van het Engels cruciaal is om in de top van de academische wereld mee te draaien. Dat lijkt op het eerste gezicht een plausibel verhaal. Maar, er bestaan geen cijfers over hoeveel afgestudeerden terechtkomen in beroepen waar de voertaal Engels is. Heel veel kunnen het echter niet zijn, kijk maar om je heen. De meeste mensen blijven na hun studie in eigen land en gaan niet werken voor een grote, buitenlandse international. Nee, sorry lieve RUG-studenten, tenzij je naar Amerika, Groot-Brittannië of Eindhoven verhuist, zit je over een paar jaar waarschijnlijk gewoon in de pauze met je broodje kaas in je handen met je Nederlandse collega in het Nederlands te lullen over je pensioen, je hypotheek of over je vakantieplannen.

Bij promovendi, de relatief kleine groep die wel vaak in een internationaal vakgebied opereert, ligt dat iets anders. Denk aan onze eigen Nobelprijswinnaar Ben Feringa, die vakken geeft die zo ingewikkeld zijn dat de naam van het vak vaak al onbegrijpelijk is voor gewone stervelingen, en waar de slimste koppen uit alle hoeken van de hele wereld op afkomen. Dan is het begrijpelijk dat er voor één taal gekozen wordt en dat die taal Engels is. Kortom, Engelstalig onderwijs moeten we niet helemaal verbieden, maar het zou de uitzondering moeten zijn, niet de regel.

Het is niet voor niets dat studies als Rechten en Geneeskunde, waar het draait om leven en dood, grotendeels in het Nederlands zijn. Maar zou niet bij elke zichzelf respecterende studie optimale informatieoverdracht het allerbelangrijkste moeten zijn? Of is dat een heel rare gedachte?

Universiteiten zeggen verder dat onderwijs in het Engels nodig is om studenten uit het buitenland te trekken. Hadden we juist niet besloten dat er misschien iets te veel buitenlandse studenten in Groningen zijn? De RUG adverteert nota bene actief dat studenten hier niet heen moeten komen als ze geen kamer kunnen vinden. Nou ja, actief, ze hebben het ergens op hun website staan, want ja die buitenlandse studenten leveren toch behoorlijk wat geld op en al dat extra onderwijs in het Engels moet ergens van betaald worden.

Een meerderheid van de internationale studenten in Groningen kampt met mentale problemen, vooral omdat ze geen aansluiting vinden met hun Nederlandse medestudenten en de rest van de maatschappij. Je kan het Nederlandse studenten ook niet kwalijk nemen dat ze helemaal niet zitten te wachten op internationale studenten. De Nederlandse student wil tussen college volgen en Netflixen door ook weleens in de eigen taal een praatje maken.

In veel buitenlanden is het volstrekt normaal om van studenten uit andere landen te verwachten dat ze zich aanpassen. Maar hier leiden we aan een soort calimero-complex en maken we onszelf wijs dat we een kleine provincie zijn van een grote boze buitenwereld, waar alleen maar Engels wordt gesproken. Maar in Vlaanderen wordt bijvoorbeeld nog wél Nederlands gepraat, sterker nog, daar is wettelijk bepaald dat een groot deel van het onderwijs in onze taal gegeven moét worden. Alleen studenten die echt gemotiveerd zijn om die ene studie te doen, melden zich daar aan. Daar zie je geen hordes Duitsers die Psychologie studeren omdat ze in Duitsland niet door de strenge selectie op de universiteit komen. Hier in Groningen zie je die wel, kijk maar eens door het raam naar buiten.

Er zijn weinig Nederlandse docenten die blij zijn met de verplichting om in het Engels les te geven. College in beide talen, wat een mooie oplossing lijkt, kost hoogleraren en andere docenten zeeën aan tijd. En als geen ander zien ze de kwaliteit van de taal met rasse schreden achteruitgaan. Docenten staan erbij, kijken ernaar, sturen gezamenlijk een ingezonden brief naar de krant, en de volgende dag staan ze weer te praten met studenten in taal die voor niemand de moerstaal is…

Want docenten staan dan regelmatig te stotteren voor het katheder, ook studenten beheersen het Engels een stuk slechter dan ze zelf denken. De cijfers liegen er niet om. Een Nederlandse eerstejaarsstudent heeft de taalvaardigheid van een 9-jarig Brits kind, zo blijkt uit onderzoek. Een negenjarige! Volgens ander onderzoek is de woordenschat zeker de helft van die in het Nederlands en gaat dertig procent van de informatie verloren tijdens gesprekken. 30 procent! Nederlandse studenten halen ook nog eens gemiddeld een half punt lager op een tentamen dan bij dezelfde stof in het Nederlands. Nee, je kan de eerstejaars het gebrek aan een goed zelfbeeld ook moeilijk kwalijk nemen, want in het land der blinden is éénoog koning. In vergelijking met die Spanjaarden en Italianen met hun zware accent spreken we toch bijna perfect Engels?

Intussen is Globish de dominante taal geworden in de koffietentjes in de Oude Kijk in ’t Jatstraat en op vele andere plekken in de stad. Globish, hoor ik u denken, wat is dat nou weer? Nou, Globish is een soort half-Amerikaans misbaksel met heel veel onnodige stopwoordjes; een vocabulaire dat veelal overgenomen is van internetforums, Youtube-kanalen en populaire Netflix-series. ‘And then I was, like, OMG!’, dat werk… Globish is de Big Mac onder de talen. Goedkoop, overal hetzelfde en makkelijk naar binnen te werken, maar niet al te smaakvol. En na een tijdje denk je: wat heb ik nou eigenlijk gehoord?

Dit Globish-gebrabbel heeft inmiddels ook de binnenkanten van de collegezalen bereikt, waar er een quasi-wetenschappelijk sausje overheen wordt gegoten en de Babylonische spraakverwarring compleet is. De taal die studenten en docenten spreken is daar verworden tot een pidgin-taal, een houterig academische taaltje dat al snel verzandt in een soort hopeloos jargon. Wat overblijft is een sterk vereenvoudigde taal, waarin elke diepgang ontbreekt, iets dat de sprekers zelf trouwens zelden of nooit doorhebben.

Deze sluier van brabbel-Engels, die de gangbare taal is geworden van de intelligentsia – want dat zijn de studenten toch? – ligt als een verstikkende deken over de universiteiten. Het is gebabbel in clichés die elke zuurstof uit het gesprek haalt, elke nuance. Elke poging tot taalgrap, ironie en oprechte emotie verdwijnt, kortom alles dat taal mooi maakt en kan zorgen tot wederzijds begrip, een felle discussie of verdieping van een wetenschappelijk debat. Shakespeare zou zich omdraaien in z’n graf, eruit kruipen en zich ophangen aan de eerste de beste boom op het Broerplein. Slechte beeldspraak, toegegeven, want Shakespeare zou dit taaltje waarschijnlijk niet eens herkennen als Engels.

Intussen kunnen Nederlandse studenten ook amper meer een volwaardige zin in hun eigen taal produceren. Schrijven is nog steeds geen volwaardig vak op de middelbare school en ook op de universiteit ontbreekt elke motivatie in begrijpelijk Nederlands te schrijven. Je uitdrukken in je eigen taal kan behoorlijk lastig zijn. Probeer dat eerst eens goed te doen, voordat je met een vreemde taal begint.

En dan hebben we nog niets eens gehad over de student die slecht Engels onderwijs heeft gehad op de middelbare school en misschien wel met een vocabulaire van een zes- of zevenjarig Brits kind aan een serieuze wetenschappelijke studie moet beginnen. En we hebben het ook nog niet over één van de zelfverklaarde kerntaken van de universiteiten, namelijk om wetenschap weer dichter bij het gewone volk te brengen.

Ach, als we onze eigen Nederlandse taal toch in de uitverkoop doen, misschien moeten we dan ook op de basis- en middelbare school Engels als standaardtaal gaan gebruiken? Of – een andere optie om het niveau nog een beetje omhoog te krikken – alleen maar docenten vragen van wie Engels de moedertaal is…

Terug naar die charismatische docent, die in het Engels totaal niet uit de verf komt. Hij en zijn studenten zouden, in een wetenschappelijke wereld waar informatieoverdracht en debat belangrijk, nee cruciaal zijn, de optimale gereedschapskist tot hun beschikking moeten hebben. Dat gebeurt nu niet en daarom zouden ze in opstand moeten komen en schreeuwen: ‘Alsjeblieft RUG, doe eens normaal en praat Nederlands met me, lekker Nederlands met me…’

Nederlands is een prachtige, levendige taal die door zo’n 30 miljoen mensen wordt gesproken. Daar mogen we toch wel een klein beetje trots op zijn? Universiteiten zijn toch, behalve opleidingsinstituten, ook de vaandeldrager van onze taal en cultuur? De RUG behoort al tijden tot de beste universiteiten ter wereld. We hebben hier de mooiste faciliteiten, de slimste hoogleraren en zelfs een Nobelprijswinnaar in de gelederen. Dit moet geen dertien-in-een-dozijn-universiteit worden.

Het thema van de opening van het academisch jaar was resilience. Dat is Engels voor weerbaarheid. Het is typerend dat op de website van de RUG, dit eerst in het Engels en dan pas in het Nederlands wordt genoemd, ja, op het Nederlandstalig deel van de site. Een mooi thema op zichzelf, maar als de RUG ergens weerbaar voor moet worden is het voor de wildgroei van de Engelse taal.

Laat de RUG hét baken worden in het Nederlandse universitaire landschap, waar Nederlandse studenten verzekerd kunnen zijn van het allerbeste onderwijs in hun eigen taal. Dat is wel het minste dat we kunnen doen. Of, laat ik het even vertalen zodat ze het ook aan de RUG begrijpen, en excuus voor m’n uitspraak: ‘That’s the least we can do.’

Benno de Jongh is freelance journalist, onder meer bij RTV Noord en voor verschillende schaakwebsites. De Jongh schrijft vanaf september wekelijks een column over een relevant onderwerp uit de gemeente Groningen. Heb jij een goed onderwerp waar Benno aandacht aan moet besteden? Of wil je iets kwijt over de columns van Benno? Stuur dan een mail naar benno@oogtv.nl.

Deel dit artikel:
Deel dit artikel: